Historie locatie ‘Kapelkeshof’

Coöperatieve Stoomzuivelfabriek St. Nicolaas G.A.
In 1907 had Meijel vier kleine zuivelfabrieken of ‘werkplaatsen voor boterbereiding’, gelegen op de Mortel, in de Molenstraat, op de Donk en op de Stoep. Burgemeester Jan Truijen die in 1892 met Lambert van Rijt de ‘coöperatieve zuivelfabriek Op de Mortel’ had gesticht, zag dat die kleine fabriekjes het ieder voor zich zwaar hadden. Hij kreeg de Meijelse boeren in 1907 zover dat ze samen op 7 april 1908 de grote Coöperatieve Stoomzuivelfabriek St. Nicolaas G.A. oprichtten onder voorzitterschap van Godfried Rooijakkers. De fabriek werd gebouwd aan de Kleine Steeg, nu Steegstraat, en daar ingezegend op 8 december 1908. Twee dagen later werd de eerste melk aangeleverd voor verwerking.

De eerste directeur was G. Wintermans, die al op 1 mei 1911 werd opgevolgd door P.G.H. van den Beuken, die dat tot zijn dood in 1945 zou blijven. De Meijelse zuivelfabriek beleefde bloeitijden met eerste prijzen bij landelijke boterkeuringen maar ook met de aanvoer en verwerking van melk. In de eerste vijfentwintig jaar werd 52.567.000 kg (meer dan 52 miljoen kg) melk aangevoerd door de boeren en daaruit werd 2.025.000 kg (meer dan 2 miljoen kg) boter geproduceerd onder leiding van botermaker H. Geurtjens. Er waren in die periode meer dan 300 leden, boeren die melk leverden. Overigens werd vanuit de fabriek ook consumptiemelk aan huis bezorgd, vanaf 1 december 1923 met een hondenkar waarop de melkkruiken stonden. Men kon naar behoeve een melkkan laten vullen.

Tijdens de bijeenkomst van 8 december 1908 werd ook de kerk bedacht. Die prachtige Meijelse kerk uit 1904 had nog maar een ‘schrale bemeubeling’ en daarom besloten de leden van de zuivelfabriek de opbrengst van spoeling af te staan voor de aanschaf van betere meubels in de kerk.

Na de oorlog volgde Frits van den Beuken zijn vader als directeur op en hij zorgde voor een nieuwe bloeiperiode en landelijke bekendheid door moderne installaties, elektriciteit in plaats van stoom en de plaatsing van de Silkeborg-vacuum karn, de eerste in Zuid-Nederland. Na 1950 werd per jaar gemiddeld drie miljoen liter melk verwerkt, komend van ruim 1000 Meijelse melkkoeien. In 1967 kwam de fabriek leeg te staan. De Meijelse melkfabriek was ook opgegaan in de concentratie van fabrieken onder de vlag van Campina.  

 

 

Beckers Meijel
Jan Bekkers ging naar een idee van De Fritesspecialist Klaassen aan het experimenteren met ‘een worstje zonder vel’. Dat werd de frikandel, een doorslaand succes. In Deurne had Bekkers onvoldoende ruimte, terwijl hij in Meijel de leegstaande zuivelfabriek voor honderdduizend gulden kon
kopen. Bouwkundig werd het pand aangepast, maar de bestaande koelruimtes waren prima te gebruiken. Op 24 april 1967 werd Beckers Meijel feestelijk geopend met Jan van den Eijnden als bedrijfsleider. Voor Meijel was het bedrijf een welkome werkvoorziening na het sluiten van de mijnen. In de fabriek werd in de beginjaren dag en nacht gewerkt met zo’n dertig medewerkers, die dagelijks 4.500 dozen met elk 40 frikandellen afleverden. Het aantal personeelsleden in Meijel liep op tot 132 mannen en vrouwen met een productie van 22.000 dozen per dag. In 1972 werd Beckers Meijel overgenomen door het Engelse Lyons, vervolgens door Allied Breweries (1978) en BolsWessanen (1993) met Favory als snackdivisie. Concentratie van bedrijven betekende in 1997 opnieuw sluiting van de Meijelse fabriek, want de productie van Favory zou in een ultramoderne fabriek in Bocholt gaan plaatsvinden.

Jeu Verstappen aan het werk bij Beckers

Beckers Meijel Frikandel werd 30 jaar, maar liet een goede indruk achter door de betrokkenheid bij de gemeenschap. Naast de werkgelegenheid bood het bedrijf aan nagenoeg alle verenigingen medewerking bij sponsoring en vooral dozen vol frikadellen, snacks en bitterballen voor feestavonden.

 

 

My Way Sportcentrum
Het leegstaande pand bood Hans van Herwijnen de kans een sportcentrum te beginnen ‘My Way’. In 2005 werd dat overgeplaatst naar het nieuwe My Way Sportcentrum aan de Banmolen in Meijel.

‘My Way’ sportcentrum


Bron: Met dank aan Henk Willems